EMEA loopt niet in de pas met Amerika en APAC, en dat is een kans.
Deze blog werd geschreven door Niek Poppelaars, Head of Logistics & Industrial bij Savills in Nederland
De logistieke vastgoedmarkt staat wereldwijd onder druk van geopolitieke spanningen, technologische versnelling en klimaatverstoringen. De nieuwste Savills-enquête ‘What Occupiers Want’ laat zien hoe sterk de prioriteiten van logistieke huurders zijn veranderd én hoe verschillend die prioriteiten zijn per regio.
Toegang tot multimodaal transport is wereldwijd de nieuwe nummer één. In de VS staat het met stip bovenaan, in APAC is het onderdeel van een bredere automatiseringsslag en ook in EMEA behoort het tot de top drie. Nederland scoort daarmee goed: onze ligging, infrastructuur en havencomplexen sluiten naadloos aan op deze wereldwijde vraag naar ‘optionality’ – de mogelijkheid om snel te schakelen tussen modaliteiten.
Dit vond ik de meest opvallende resultaten uit de enquête:
1. Besluitvorming vertraagt, vooral in EMEA
Wat opvalt: EMEA neemt aanzienlijk meer tijd om huurkeuzes te maken dan andere regio’s. Volgens de enquête geeft maar liefst 86% van de EMEA-specialisten aan dat beslissingen over logistieke huurcontracten worden uitgesteld, vergeleken met 57% in de VS en slechts 44% in APAC.
Dat merken we ook in Nederland; besluitvorming is stroperig, ondanks sterke fundamenten.
2. Het goede nieuws: kapitaalinvesteringen worden juist mínder uitgesteld
Waar APAC het hoogst scoort op het uitstellen van investeringen in vastgoed en installaties (40%), blijft dat cijfer in EMEA beperkt. Europese huurders lijken hun capex-strategie dus minder af te remmen dan hun collega’s in Azië.
Voor Nederland betekent dat: als de deal eenmaal rond is, wordt er wél geïnvesteerd en dat biedt kansen voor ontwikkelaars van toekomstbestendige assets.
3. Stroomvoorziening en automatisering
Wat opvalt in het rapport, is hoe belangrijk stroomzekerheid is geworden. In alle regio’s staat ‘power availability and reliability’ in de top drie. Dit komt niet alleen door automatisering, maar ook door de digitalisering van warehousebeheer (IoT, real-time tracking, AI-gestuurde beslissingen). Voor Nederland, met een steeds krapper stroomnet en netcongestie als realiteit, is dit een urgent signaal. Als we willen concurreren met markten als Vlaanderen of Nordrhein-Westfalen, zullen we dit structureel moeten aanpakken.
4. Flexibiliteit: modewoord of echte must?
Flexibiliteit is hét sleutelwoord in 2025: kortere looptijden, uitbreidingsopties en contractuele wendbaarheid staan hoog op de wensenlijst van logistieke huurders. Maar hoe realistisch is dat in Nederland, waar grond schaars is en nieuwbouwtrajecten stroperig verlopen? Een mogelijke oplossing zit in ‘design for flexibility’: panden ontwerpen met aanpasbare units, gedeelde voorzieningen of slimme dockverdelingen. Dat vereist nauwe samenwerking tussen ontwikkelaars, beleggers en gebruikers.
Waar flexibiliteit de aantrekkingskracht op huurders vergroot, betekent het voor beleggers juist dat voorspelbare lange-termijn cashflows minder vanzelfsprekend worden. Dit vraagt om een andere balans tussen verhuurbaarheid en risicoacceptatie.
Conclusie: Vertraging is geen zwakte, tenzij we er niets mee doen
Het feit dat huurders in EMEA langer doen over hun beslissingen is begrijpelijk in een complexe, onzekere wereld. Maar vertraging mag geen excuus worden voor stilstand. Nederland staat op een kruispunt: kiezen we voor behoud en voorzichtigheid of voor proactieve vernieuwing? Wie nu anticipeert op de eisen van morgen, denk aan stroomzekerheid, digital readiness en contractuele flexibiliteit, heeft straks de beste kaarten in handen.

(1).png)








