Deze blog is geschreven door Charlotte de Mos (Savills) en Thijs Müller (Creative City Solutions)
De Nederlandse woningmarkt verkeert al jaren in crisis. Terwijl de politiek blijft zoeken naar nieuwe bouwlocaties, ligt een deel van de oplossing al boven onze hoofden. Letterlijk. In Amsterdam alleen al beschikken 699 naoorlogse gebouwen over een geschikt plat dak om woningen op te plaatsen. Dat biedt ruimte voor bijna 7.000 extra woningen (goed voor 9% van het huidige Amsterdamse tekort) zonder een vierkante meter extra grond te bebouwen.
Toch komen optopprojecten nauwelijks van de grond. Niet omdat het technisch onmogelijk is. Niet omdat financiers het niet aandurven. Maar omdat VvE’s vaak huiverig zijn. Die terughoudendheid is begrijpelijk, maar gebaseerd op een misverstand dat inmiddels overtuigend door data is weerlegd.
De angst van bovenste-verdiepingseigenaren klopt niet
In veel VvE’s verzetten bewoners op de bovenste verdieping zich tegen optoppen. Hun vrees: het verdwijnen van hun “exclusieve” positie zou tot waardedaling leiden. Om die aanname te toetsen, analyseerden wij 1.062 transacties in Amsterdamse naoorlogse gebouwen (2022–2025). De uitkomst is opvallend eenduidig:
- De waarde per m² daalt niet wanneer er een extra woonlaag wordt toegevoegd.
- Het prijsverloop per verdieping is identiek in vierlaagse en vijflaagse gebouwen.
- De markt waardeert geen top-floor exclusiviteit; toegankelijkheid bepaalt de prijs.
In veel naoorlogse portiekwoningen is geen lift aanwezig. Hogere verdiepingen zijn daardoor minder aantrekkelijk, wat in lagere prijzen resulteert. Het is dus niet de exclusiviteit die waarde creëert, maar eenvoudigweg het aantal trappen. De vrees voor waardedaling is begrijpelijk, maar wordt niet door marktgegevens gedragen.
Het anchoring effect: potentiële waardestijging voor bestaande woningen
Bij projecten die wél zijn gerealiseerd, zien we in sommige gevallen juist een waardestijging van de onderliggende woningen. Een mogelijke verklaring is het zogenoemde anchoring effect: de toevoeging van nieuwe, hoogwaardige A+++ optopwoningen zet een hoger prijsanker voor het gehele gebouw.
Dit effect lijkt met name op te treden wanneer de optopping gepaard gaat met:
- het toevoegen of vervangen van een lift;
- verduurzamingsmaatregelen aan het bestaande gebouw (bijvoorbeeld isolatie, installaties en gevelverbeteringen).
Hierdoor stijgt niet alleen de functionele kwaliteit, maar ook de perceptie en positionering van het gebouw als geheel in de markt. Nader kwantitatief onderzoek is nodig om dit effect exact te isoleren en te onderbouwen, maar de eerste signalen wijzen erop dat optoppen kan,mits integraal aangepakt,zelfs waardevermeerderend werken.
Waarom bouwen we dan niet massaal omhoog?
Als waardedaling geen belemmering is, waar loopt optoppen dan op vast? In één woord: governance. VvE’s zijn vaak versnipperd, kennen uiteenlopende belangen en missen de structuur om snel besluiten te nemen. Daardoor sneuvelt een potentieel woningbouwproject eerder in een ledenvergadering dan in een financiële of technische toetsing.
En dat is zonde. Financiers zijn namelijk verrassend positief. Zij beoordelen optoppen als reguliere herontwikkeling: technisch haalbaar, economisch verantwoord en maatschappelijk wenselijk. Duurzaamheidsverbetering, vaak een integraal onderdeel van optoppen, leidt bovendien tot gunstigere financieringsvoorwaarden. De bereidheid is er. Alleen de besluitvorming loopt achter.
Een gemiste kans in een dichtbebouwd land
Optoppen biedt een zeldzame combinatie: het voegt woningen toe in bestaande, gewilde wijken én voorkomt verdere druk op schaarse open ruimte. Bovendien vormt het een natuurlijke aanleiding om bestaande gebouwen te verduurzamen, zoals via dakisolatie, nieuwe gevels en de toevoeging van liften.
De maatschappelijke baten zijn helder:
- Nieuwe woningen zonder uitbreiding van de stadsgrenzen
- Verduurzaming van verouderde bouwblokken
- Een sterkere economische basis voor buurtvoorzieningen
- Leefbaarheid en vitaliteit in bestaande wijken
Het is moeilijk een andere maatregel te vinden die zoveel oplevert tegen zulke beperkte ruimtelijke kosten. Toch blijft de implementatie achter, voornamelijk door een besluitvormingsmodel dat niet is ingericht op complexe bouwprojecten.
Nederland wijkt af van de internationale praktijk
In onze buurlanden is de besluitvorming rond optoppen al aanzienlijk versoepeld:
- Frankrijk heeft de afgelopen jaren expliciet ingezet op verdichting binnen bestaand stedelijk gebied. De besluitvorming binnen copropriétés is vereenvoudigd, juist om projecten met een collectief en maatschappelijk belang mogelijk te maken.
- Duitsland kent al decennialang geen unanimiteitsvereiste: besluiten over ingrijpende gebouwmaatregelen kunnen daar worden genomen met een gewone meerderheid van 50% + 1.
In Nederland is in de praktijk vaak bijna volledige consensus vereist. Dit maakt optoppen kwetsbaar voor blokkade door een kleine minderheid, zelfs wanneer de meerderheid én de maatschappelijke belangen duidelijk zijn. Daarmee loopt Nederland bestuurlijk achter, terwijl de ruimtelijke nood hier juist groter is.
Drie stappen om optoppen wél op schaal mogelijk te maken
1. Moderniseer besluitvorming binnen VvE’s
Introduceer landelijk beleid dat besluitvorming over optoppen stroomlijnt, bijvoorbeeld via modelstatuten, drempelverlaging of onafhankelijke begeleiding.
2. Standaardiseer bouwmethoden
Prefab en biobased optopconstructies beperken risico’s, verkorten doorlooptijden en maken projecten voorspelbaar voor VvE’s én financiers.
3. Koppel optoppen aan verduurzaming
Wanneer elke optop leidt tot energiewinst, profiteren bewoners direct van lagere lasten en hogere comfortniveaus.
De woningcrisis vraagt om realisme én lef
Optoppen is geen wondermiddel, maar wel een bewezen, schaalbare en duurzame bijdrage aan de woningbouwopgave. De ruimte is er. De techniek is er. De financiering is er. Alleen de besluitvorming loopt achter. Als we dat weten te veranderen, kunnen duizenden woningen worden toegevoegd binnen de bestaande stad, precies waar de vraag het grootst is.
.png)
.jpg)





.jpg)




