Om die reden is een proactieve en doordachtere aanpak nodig. Dit betekent meer aandacht voor cruciale vragen als “Wat willen we?”, “Wat is er nodig?” en hoe kunnen we dit vertalen in de omgeving en meenemen in het ontwerpproces. Deze inventarisatie is van belang om een zo optimaal mogelijke comfortabele en gezonde groene omgeving te creëren. Vaak zien artist impressions met veel aandacht voor duurzame materialen en met veel groen voorzieningen er goed uit, maar de vraag is, werkt het idee en het ontwerp ook echt in de praktijk?
Er zijn praktische punten waar je rekening mee moet houden. Planten hebben zonlicht nodig, dus plaats ze idealiter op het zuiden of westen. Daarnaast zijn niet alle plantsoorten geschikt voor binnen. Aanvullende LED spotjes helpen hierbij. Als ze buiten staan, kunnen ze dan overleven in de vervuiling en smog van een stedelijke locatie? Kunnen ze daar uiteindelijk groeien en bloeien? En misschien nog belangrijker: wie is verantwoordelijk voor het onderhoud? Is het de verhuurder of de huurder? Al deze vragen zijn cruciaal om vooraf op te lossen, als je wil dat biofilie het gewenste effect bereikt.
In de praktijk merk ik dat bilofilie steeds vaker onderdeel is van het ontwerp van een gebouw. Met name het dakterras, lifthallen, de lobby maar ook de directe omgeving lenen zich hier goed voor. Een groene kantoorinrichting ziet er niet enkel stijlvol uit, belangrijker nog, het draagt bij het welzijn van de gebruiker. Een kantoor dat rekening houdt met biolofie, is the place to be!