Deze blog werd geschreven door Iris Kampers, Director ESG, en Yiota Vasilakos, ESG Advisor, bij Savills Nederland.
Klimaatverandering vraagt om een forse vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Omdat zowel de gebouwde omgeving als mobiliteit hieraan bijdragen, worden de eisen voor gebouwen en elektrisch vervoer steeds verder aangescherpt. De herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, de EPBD IV, brengt deze twee opgaven nadrukkelijk bij elkaar.
Dat is een logische ontwikkeling. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat een verplichting op zichzelf nog geen garantie biedt voor daadwerkelijke verduurzaming. Ook de praktische uitvoerbaarheid speelt daarbij een belangrijke rol.
Vastgoed als schakel in de verduurzaming van mobiliteit
De EPBD IV is onderdeel van de Europese Green Deal en draagt bij aan de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale gebouwde omgeving te realiseren. De richtlijn richt zich niet alleen op het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen, maar ook op de bredere energietransitie. Het faciliteren van elektrisch vervoer is daar een belangrijk onderdeel van.
Voor eigenaren van kantoren, winkels, logistieke gebouwen en ander commercieel vastgoed betekent dit dat zij rekening moeten houden met strengere eisen voor laadpunten en de voorbereiding op toekomstige uitbreiding. Zo moeten niet-woongebouwen met meer dan twintig parkeerplaatsen vanaf 2027 beschikken over een minimumaantal laadpunten of voldoende voorbekabeling om extra laadpunten te kunnen realiseren. Bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties gelden nog strengere eisen, waarbij ook slim laden verplicht wordt. Daarmee verschuift de focus van het plaatsen van enkele losse laadpalen naar het toekomstbestendig inrichten van de energie- en laadinfrastructuur van gebouwen en parkeerfaciliteiten.
Een verplichting met praktische gevolgen
Een recente vastgoedtransactie maakt inzichtelijk wat deze verplichtingen in de praktijk kunnen betekenen. Het ging om de verkoop van een logistiek gebouw van circa 30.000 m² met 216 parkeerplaatsen. Op basis van de aangescherpte eisen zou het gebouw vanaf 1 januari 2027 moeten beschikken over minimaal één laadpunt per tien parkeerplaatsen, of over voorbekabeling bij ten minste 50 procent van de parkeerplaatsen. De geraamde investering bedroeg ongeveer € 100.000.
Het voorbeeld betreft logistiek vastgoed, maar ook eigenaren en gebruikers van kantoren, winkelcentra, bedrijfslocaties en andere gebouwen kunnen worden geconfronteerd met investeringen in laadvoorzieningen, aanpassingen aan de elektrische installatie en beperkte ruimte op het elektriciteitsnet.
Met name dat laatste maakt de uitvoering complex: het realiseren en gebruiken van extra laadpunten kan lastig zijn wanneer op een locatie onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is. Een maatregel die op papier overzichtelijk lijkt, kan daardoor in de praktijk leiden tot aanzienlijke kosten, technische uitdagingen en nieuwe afwegingen voor eigenaren, gebruikers, kopers en verkopers.
Van verplichting naar aantoonbare klimaatimpact
In het licht van het Klimaatakkoord van Parijs en de wereldwijde inspanningen om de uitstoot van CO₂ te verminderen en de opwarming van de aarde te beperken, is het logisch om mobiliteitsvormen te stimuleren die minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Onderzoek van TNO en rapportage van het Planbureau voor de Leefomgeving laat zien dat de overstap naar volledig elektrische voertuigen, bij vergelijkbaar gebruik, kan leiden tot een 60-90% reductie van de CO₂-uitstoot.
Tegelijkertijd rijst de vraag of de huidige invulling van de regelgeving de meest effectieve route is om dat doel te bereiken. De EPBD IV omvat een breed pakket aan maatregelen die bijdragen aan de energieprestatie van gebouwen. Denk daarbij aan energielabels, eisen voor nieuwbouw op het gebied van duurzame energieopwekking en voorzieningen voor elektrisch laden. In de eerste tranche van de Nederlandse implementatie ligt de nadruk echter vooral op maatregelen die extra elektriciteitsvraag kunnen veroorzaken. Onderdelen die juist kunnen bijdragen aan extra energieopwekking, zoals de verplichte toepassing van zonnepanelen, maken nog geen deel uit van deze fase. Daardoor ontstaat de vraag in hoeverre de verschillende maatregelen elkaar voldoende versterken.
Effectieve verduurzaming vraagt om samenhang
De achterliggende doelstelling van de EPBD IV staat niet ter discussie: gebouwen en mobiliteit moeten verduurzamen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Om draagvlak voor verduurzaming te behouden, is het echter belangrijk dat investeringen niet alleen verplicht worden gesteld, maar ook zichtbaar bijdragen aan de beoogde klimaatdoelstellingen. Juist wanneer de positieve impact aantoonbaar is, blijven vastgoedeigenaren en gebruikers gemotiveerd om verdere stappen te zetten.
De uitdaging ligt vooral in de manier waarop verschillende maatregelen op elkaar aansluiten. Alleen wanneer verplichtingen rondom laadinfrastructuur, energieopwekking en netcapaciteit elkaar versterken, kunnen zij daadwerkelijk bijdragen aan een toekomstbestendige gebouwde omgeving.

.png)