Door Johan Spin, Retail Lead bij de afdeling Property Management, Raymond Frederiks, Market Intelligence analist, en Iris Kampers, ESG Adviseur bij Savills in Nederland
Momenteel is vastgoed verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde jaarlijkse CO₂-uitstoot. De verwachting is dat 80% van de bestaande gebouwen over 50 jaar nog steeds in gebruik zijn. Met dit als vooruitzicht is het essentieel dat vastgoed duurzame lange termijn oplossingen gaat bewerkstelligen.
Uitdagingen voor een onderscheidende benadering van duurzaamheid zijn de verschillende prioriteiten, problemen en infrastructuur die elk land ervaart. Om Nederlandse ondernemers op weg te helpen heeft de overheid een erkende maatregelenlijst voor detailhandel samengesteld. Het activiteitenbesluit verplicht de retail huurders om energiebesparende maatregelen die een maximale terugverdientijd van 5 jaar hebben te realiseren. Momenteel worden er daarnaast dankzij de EU Taxonomy gemeenschappelijke duurzame doelen door de EU-lidstaten afgestemd, die investeerders moet helpen om duurzame investeringen in Europa te heroriënteren en te vergroten. Dit instrument is echter niet volledig en wordt ook niet genoemd in veel nationale politieke programma's, vooral wanneer andere onderwerpen de politieke agenda overnemen, zoals de gestegen energieprijzen, inflatie of de oorlog in Oekraïne.
Daarnaast zijn er tal van eigenaar specifieke kenmerken, vooral in de retailsector. In Nederland zijn er minder grootschalige winkelcentra dan in veel andere Europese markten en bevindt het grootste deel van de winkelvoorraad zich in binnensteden. In de binnenstad is de voorraad relatief ouder en lastiger te renoveren. Bovendien is het eigendom sterk gefragmenteerd en – vooral voor particuliere beleggers – zijn de prikkels voor het verbeteren van de duurzaamheid van onroerend goed laag.
Ook oplossingen binnen retail verschillen. Overkoepelende maatregelen zoals het gebruik van LED-verlichting, vervanging van ramen of het installeren van zonnepanelen op daken kunnen in alle gebouwen worden geïmplementeerd. Echter heeft elk winkeltype specifieke vereisten. Omdat we zien dat voornamelijk het sociale aspect binnen retail van groot belang is het dan ook jammer dat de invoering van de Social Taxonomy momenteel stil lijkt te liggen. Met deze regelgeving zouden Europese investeerders meer handvatten en uniformiteit krijgen in sociale doelstellingen.
Om te voldoen aan toekomstige ESG-wetgeving en -verplichtingen, grijpen individuele bedrijven de koe bij de horens en duwen ze vooruit. Echter lopen met name startende ondernemers en kleine MKB’ers achter door beperking in budget om te investeren in duurzame aanpassingen van hun desbetreffende winkel. In Nederland wordt een winkel - op basis van het tot zeer recent veelvuldig gebruikte ROZ-model 2012 - casco verhuurd, waarbij de huurder het pand afbouwt. Deze constructie zorgt voor de beperkingen in duurzame maatregelen die eigenaren kunnen nemen.
Hoewel groene huurcontracten nog steeds relatief zeldzaam zijn, zit er een beweging in retailhuurders die duurzaamheid op basis van hun eigen bedrijfsstrategie stimuleert. De REWE Group, een van de grootste Duitse levensmiddelenretailers, houdt bijvoorbeeld alleen rekening met activa die zijn gebouwd volgens de gecertificeerde Green Building Standard.
Ofschoon de structurele problemen van de retailsector, de energiecrisissen de nasleep van Covid-19 vaak worden gezien als de grootste uitdagingen van de sector, wordt deze net zo beïnvloed door regelgeving als alle andere commerciële gebouwen. ESG moet worden beschouwd als een prioriteit in elk toekomstgericht winkelvastgoed. Weerstand en terughoudendheid zou de aantrekkelijkheid van de beleggingscategorie steeds moeilijker kunnen maken.
Gelukkig beginnen de ESG-strategieën van beleggers verder door te dringen en dit zal in de loop van de tijd onvermijdelijk ook doorwerken tot kleinere gebouwen en uiteindelijk de hele retailsector.
.jpg)




.jpg)




